Aangezien de oorzaken van gevaren en daarmee ook de technische maatregelen ter voorkoming van deze gevaren zeer verschillend kunnen zijn, wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende typen veiligheid, b.v. door het aangeven van de oorzaak van mogelijke gevaren.
Een elektrisch aangedreven machine moet zodanig zijn ontworpen, gebouwd en uitgerust dat alle gevaren op basis van elektriciteit worden voorkomen of kunnen worden voorkomen. Het meest voorkomende elektrische gevaar is de elektrische schok. Door elektrische stroom kunnen onomkeerbare uitwerkingen op het zenuwstelsel en de spieren alsmede warmte-effecten worden veroorzaakt. Bovendien kan er als gevolg van overbelasting, lichtbogen of statische ontladingen brand ontstaan.
Machines dienen zodanig te worden uitgerust dat het directe contact met stroomvoerende geleiders of geleidende onderdelen die gewoonlijk onder spanning staan, wordt voorkomen. De fabrikant dient ook gevaren te voorkomen die ontstaan door indirect contact met een massa of een geleidend onderdeel dat toevallig onder spanning staat.
De volgende normen behoren tot de belangrijkste normen voor elektrische veiligheid: